Kaal HSI-methode Sophie Hilbrand

De invloed van haarverlies op het zelfvertrouwen

Introductie

Sinds de oudheid is haar synoniem voor sterkte. Reeds in de Griekse mythologie speelde haar een belangrijke rol. Samson, een Griekse held, putte zijn kracht uit zijn haren. Tegenwoordig speelt haar een zeer belangrijke rol. Niet alleen sociaal, maar ook psychologisch.
Met een kapsel kan men zich onderscheiden van de rest van de samenleving, bijvoorbeeld skinheads en rappers. Maar ook in meer officiële rangen, zoals in de Engelse rechtszalen, wordt een bepaalde vorm van uniformiteit bereikt door middel van pruiken. Zinnen zoals “geld is macht, haar is kracht” en “zolang je kapsel mooi is” bevestigen nogmaals het belang van haar. De interactie tussen personen wordt sterk beïnvloed door het kapsel. Het kapsel moet overeenkomen met de persoonlijkheid en met het zelfbeeld van een persoon. 

In Haar en Haaruitval geven wij u informatie over: 

De Fysiologie van het haar
Uitleg over de verschillende soorten haren, de haardichtheid, de levensduur van een haar etc.

Fysiologie

 

Hormonen
De invloed van hormonen, medicijnen, roken, voeding en de mentale en psychische conditie op ons haar.

 

hormonen

Cosmetica 
Informatie over de verschillende haarproducten en behandelingen, zoals haarlak haarverf, permanenten, etc. en de invloed hiervan op het haar.

Haarziekten 
Verschillende haarziekten, oa. Alopecia Alopecia Androgenetica, Alopecia Areata, roos, hoofdluis etc. 

Uitleg

Uit onderzoek wordt duidelijk dat uit het hele lichaam het haar de meeste aandacht heeft. Wanneer iemand iemand observeert, wordt het kapsel eerst waargenomen.
Natuurlijk zal men elkaar niet beoordelen op het kapsel, maar het beïnvloedt de eerste indruk. Uit onderzoek blijkt ook dat mensen met veel haar leuker worden gevonden, eerder worden geholpen en jonger worden gewaardeerd. Daarom is haar erg belangrijk voor sociale en psychologische functies.
Het is dus niet verwonderlijk dat personen, zowel mannen als vooral vrouwen, die aan een haar probleem lijden, beschadigd raken in hun zelfvertrouwen. Uit ervaring weten we dat mentale en lichamelijke klachten het gevolg kunnen zijn van haar problemen.

Psychosociale acceptatie van het zelfbeeld wordt daarom beïnvloed door het kapsel. Daarom moet men een persoon met een haar probleem serieus nemen en deze niet verkeerd behandelen.

Mogelijke aanbevelingen

Er zijn instanties die aanbevelingen doen in het totale zelfbeeld en zelfrespect van een persoon. Veel mensen met haar problemen durven niet meer de stap naar de kapper te maken, het is raadzaam dat een persoon met een haar probleem met een arts praat over de mogelijkheden en onmogelijkheden met hun haar.

Invloed van haar op de eigenwaarde

Introductie

Sinds de oudheid is haar synoniem voor sterkte. Reeds in de Griekse mythologie speelde haar een belangrijke rol. Samson, een Griekse held, putte zijn kracht uit zijn haren. Tegenwoordig speelt haar een zeer belangrijke rol. Niet alleen sociaal, maar ook psychologisch. Met een kapsel kan men zich onderscheiden van de rest van de samenleving, bijvoorbeeld skinheads en rappers. Maar ook in meer officiële rangen, zoals in de Engelse rechtszalen, wordt een bepaalde vorm van uniformiteit bereikt door middel van pruiken. Zinnen zoals “geld is macht, haar is kracht” en “zolang je kapsel mooi is” bevestigen nogmaals het belang van haar. De interactie tussen personen wordt sterk beïnvloed door het kapsel. Het kapsel moet overeenkomen met de persoonlijkheid en met het zelfbeeld van een persoon.

Uitleg

Uit onderzoek wordt duidelijk dat uit het hele lichaam het haar de meeste aandacht heeft. Wanneer iemand iemand observeert, wordt het kapsel eerst waargenomen. Natuurlijk zal men elkaar niet beoordelen op het kapsel, maar het beïnvloedt de eerste indruk. Uit onderzoek blijkt ook dat mensen met veel haar leuker worden gevonden, eerder worden geholpen en jonger worden gewaardeerd. Daarom is haar erg belangrijk voor sociale en psychologische functies. Het is dus niet verwonderlijk dat personen, zowel mannen als vooral vrouwen, die aan een haarprobleem lijden, beschadigd raken in hun zelfvertrouwen. Uit ervaring weten we dat mentale en lichamelijke klachten het gevolg kunnen zijn van haarproblemen. Psychosociale acceptatie van het zelfbeeld wordt daarom beïnvloed door het kapsel. Daarom moet men een persoon met een haarprobleem serieus nemen en deze niet verkeerd behandelen.

Mogelijke aanbevelingen

Er zijn instanties die aanbevelingen doen in het totale zelfbeeld en zelfrespect van een persoon. Veel mensen met haarproblemen durven niet meer de stap naar de kapper te maken, het is raadzaam dat een persoon met een haarprobleem met een arts praat over de mogelijkheden en onmogelijkheden met hun haar.

Fysiologie

  • laguno-haar: Lang, dun zijde-achtig haar zonder pigment, dat gewoonlijk in de baarmoeder wordt afgestoten, maar soms nog op de huid van de pasgeborene aanwezig is.
  • vellus-haar: dun, kort haar zonder pigment.
  • terminaalhaar: dik, stug haar, van verschillende lengte, meestal gepigmenteerd.

verschil tussen vellus en terminaal haar
Afbeelding verschil tussen vellus and terminaal haar

  1. Groei is onafhankelijk van het mannelijk hormoon. Voorbeelden :
  • Achterzijde-hoofdhuid
  • Wenkbrauwen
  • Wimpers
  • Neusharen
  • Oorharen
  1. Groei is afhankelijk van het mannelijk hormoon Testosteron, en in mindere mate van het mannelijk hormoon Dihydrotestosteron. Voorbeelden:
  • Okselhaar
  • Schaamhaar
  1. Groei is afhankelijk van het mannelijk hormoon Dihydrotestosteron, en in mindere mate van het mannelijk hormoon Testosteron. Voorbeelden:
  • Baardstreek
  • Haar op de ledematen
  • Borstharen en rug

termilogie van de localistie
Afbeelding Terminologie van de lokalisatie.

 

De normale haarddichtheid bedraagt ±1000 haren per vierkante centimeter bij baby’s en de dichtheid verminderd naar 250 haren bij 50 jarigen. Het totale aantal haren op de hoofdhuid varieert tussen 90.000 en 150.000 haren. Dit verschilt per haarkleur.

  • Blond haar: ±150.000 haren
  • Bruin haar: ±110.000 haren
  • Zwart haar: ±100.000 haren
  • Rood haar: ± 90.000 haren

 De structuur van het haar kan worden worden onderverdeeld in verschillende structuren (van binnen naar buiten):

  • Medulla: Merg (zowel in het inwendige als uitwendige haar aanwezig)
  • Cortex: Vezellaag (zowel in het inwendige als uitwendige haar aanwezig)
  • Cuticula: Schubbenlaag (zowel in het inwendige als uitwendige haar aanwezig)
  • Inner root sheath: Binnenste haarwortelschede (alleen in het inwendige haar aanwezig, deel van haarfollikel)
  • Outer root sheath: Buitenste haarwortelschede (alleen in het inwendige haar aanwezig, deel van haarfollikel)
  • Bulge-area: Deel van de buitenste haarwortelschede ter hoogte van de talgklier. (alleen in het inwendige haar aanwezig, deel van haarfollikel)
  • Dermal papilla: Haarpapil, met de twee haarvaatjes (Alleen aan de onderzijde van het inwendige haar aanwezig, deel van haarfollikel)

 

 

Met haar samenstelling bedoelen wij de samenstelling van de verschillende stoffen in het haar.
Haar bestaat uit:

  • eiwitten (±85%),
  • water (±12%),
  • vetten (±3%)
  • spoorelementen (±1%) zoals Zink, Lood, Koper en Selenium.

Het watergehalte kan met het dubbele toenemen, wanneer het haar in water wordt gelegd. Verder is het watergehalte afhankelijk van de luchtvochtigheidsgraad, vet en haarstructuur.

Een haar heeft een cyclus, welke bestaat uit drie fasen.

De eerste fase is de anagene of groeiende fase. Deze fase kan variëren van een maand (wenkbrauwen) tot wel 12 jaar (hoofdhuid), afhankelijk van de locatie. Het verschil in levensduur verklaart direct het verschil in lengte op de verschillende gebieden op het lichaam (Zie schema).
Daarna volgt de katagene of overgangs- fase. Het haar groeit niet meer in deze fase en begint af te sterven.

Tenslotte belandt het haar in een telogene of rust fase. Deze fase duurt ongeveer 3 tot 6 maanden. Doordat deze fase zolang duurt, kan men verklaren dat haaruitval pas 3 tot 6 maanden nadat er iets is gebeurt, plaatsvindt.

 

Afhankelijk van de locatie groeit het haar gemiddeld van 0,1 mm/dag (lichaamsbeharing) tot wel 1mm/dag (baardstreek).
Tussen de verschillende individuen kunnen hierin echter grote verschillen bestaan. Dit wordt veroorzaakt door de genetische eigenschappen van het individu.

 

Typen haar, haarcyclus, levensduur

 

 

 

 

 

Anageen

 

Katageen

 

Telogeen

 

Groeisnelheid

 

Maximale lengte

 

 

 

 

Type 1

 

 

 

 

Hoofdhuid

 

10-12 jr.

 

 

 

3-6 mnd.

 

0,44 mm./dag

 

100-120 cm.

 

 

Wenkbrauwen

 

3-6 mnd.

 

 

 

3-6 mnd.

 

0,1 mm./dag

 

1,0-2,0 cm.

 

 

Wimpers

 

1-2 mnd.

 

 

 

3-6 mnd.

 

0,1 mm./dag

 

0,5-1,0 cm.

 

 

Neusharen

 

1-2 mnd.

 

 

 

3-6 mnd.

 

0,1 mm./dag

 

0,5-1,0 cm.

 

 

Oorharen

 

1-2 mnd.

 

 

 

3-6 mnd.

 

0,1 mm./dag

 

0,5-1,0 cm.

Type 2

 

Okselhaar

 

1-2 jr.

 

 

 

3-6 mnd.

 

0,3 mm./dag

 

4,0-6,0 cm.

 

 

Schaamhaar

 

1-2 jr.

 

 

 

3-6 mnd.

 

0,3 mm./dag

 

6,0-8,0 cm.

Type 3

 

Baardstreek

 

6-12mnd

 

 

 

3-6 mnd.

 

1,0 mm./dag

 

75-100 cm.

 

 

Haar op de ledematen

 

1-2 mnd.

 

 

 

3-6 mnd.

 

0,44 mm./dag

 

2,0-3,0 cm.

De kleur van het haar wordt bepaald door de pigmentproducerende cellen. Er bestaan drie soorten pigment, te weten:

  • Eumelanine = blond/lichtbruin/donkerbruin
  • Phaeomelanine = rood/kopergoud /kastanjebruin
  • Trichosiderine = IJzerhoudende pigmentstof en is rood

De samenstelling en productie van de verschillende soorten pigment is afhankelijk van de genetische eigenschappen, waardoor de kleur van het haar kan variëren van wit/hoogblond tot gitzwart.

Gedurende het gehele leven van de mens, kan de productie en samenstelling van het pigment variëren, waardoor de kans bestaat dat men hoogblond haar heeft gedurende de kinderjaren, op latere leeftijd donkerbruin, om vervolgens grijs en later wit haar te krijgen.

De vorm van het haar, steil, golvend of krullend, wordt bepaald door de huid tussen het haarwortelzakje en oppervlakte van de huid.

Wanneer in dit stuk de haarwortelkanalen gebogen zijn, kan dit resulteren in golvend of krullend haar. In bepaalde periodes zoals de kinderjaren en puberteit, kan de flexibiliteit en stugheid van de hoofdhuid verschillen ten opzichte van andere levensperioden.
Hierdoor kan het voorkomen, dat men gedurende de kinderjaren golvend haar heeft, gedurende de puberteit stijl haar en wanneer men volwassen is, stijl haar.

De haarelasticiteit is waarschijnlijk de belangrijkste mechanische eigenschap van het haar. Doordat het haar elastisch is, kan het haar in zijn oorspronkelijke vorm, volume en lengte terugkeren, nadat krachten zoals trekkrachten, buigkrachten, compressiekrachten en torsie¬krachten op het haar zijn losgelaten.
Met trekkrachten wordt bedoeld “krachten waardoor de lengte van het haar wordt vergroot”.
Met buigkrachten wordt bedoeld “krachten die het haar buigen”.
Met compressiekrachten wordt bedoeld “krachten waardoor het haar ineengedrukt wordt”. Met torsiekrachten wordt bedoeld “ krachten waardoor het haar gedraaid wordt”.

Elke kracht heeft een eigen formule om de krachten te definiëren. Echter, de onderzochte kracht is de trekkracht van het haar. De meest gebruikte formule is de formule volgens Young :
FL
——- dynes per unit area (cm2)
al

F = Kracht per unit gebied van een bepaalde afstand.
a = Unit gebied van een bepaalde afstand.
L = Lengte van het haar voor het trekken.
l = Lengte van het haar na het trekken.
Met deze formule kan worden uitgerekend, hoeveel kracht er nodig is om een haar een bepaal¬de afstand uit te trekken.

Uiteraard is de kracht die uitgeoefend kan worden op het haar, zodat het haar in de oorspronkelijke staat terugkomt beperkt.

Bij normaal droog haar kan het haar ongeveer 30% uit elkaar worden getrokken en weer volledig in de oorspronkelijke lengte terugkeren. Tussen ±30% en 70% zal het haar niet breken, maar zal niet meer in de oorspronkelijke lengte terug¬keren en het haar zal dus langer blijven.

Wanneer het haar meer dan 80% uit elkaar wordt getrokken zal het haar breken.
De elasticiteit van het haar hangt af van de vochtigheid van het haar. Hoe vochtiger, des te elastischer het haar.
Ook de haarddikte kan de elasticiteit van het haar beïnvloeden. Hoe dunner het haar, des te elastischer het haar.

Haarbehandelingen zoals verven, blonderen en permanenten kunnen de elasticiteit van het haar tot wel 25% verminderen. Ook zonlicht kan de elasticiteit van het haar negatief beïnvloeden.

De glans van het haar wordt bepaald door het vet (talg)gehalte van de buitenste laag van het haar. Wanneer het haar wordt beschadigd door bijvoorbeeld permanenten, wordt de cuticula of schubbenlaag beschadigd, waardoor het haar zijn glans kan verliezen.

 

Hormonen

hormonen

Verschillende processen hebben invloed op de conditie van het haar, zoals de hormoonhuishouding in ons lichaam.
Ook medicijnen, roken en voeding hebben invloed op de conditie van ons haar. Daarnaast speelt ook onze mentale en psychische conditie een rol hierin. Deze invloeden kunnen zowel negatief als positief zijn.

Vrouwelijke hormonen

In de puberteit zal de vrouwelijke hormoonhuishouding in het lichaam veranderen. Dit resulteert niet alleen in veranderingen op het lichaam, maar ook op de huid en haren. Veel vrouwen klagen over futloos, slap haar en zelfs haaruitval welke periodiek voorkomt en een verband lijkt te hebben met de menstruele cyclus.
Soms lijkt het dat een permanent of verfkleuring niet goed pakt, wanneer deze plaatsvindt in een bepaalde periode van de menstruele cyclus.

Wanneer men zwanger raakt, zal de hormoonhuishouding in het lichaam veranderen. Dit heeft uiteraard invloed op de conditie van het haar en haarverlies.
Na de bevalling zullen deze hormonale veranderingen zich weer normaliseren en ook dit heeft weer invloed op de conditie van het haar en haarverlies. Ook borstvoeding heeft invloed op de conditie van het haar en haarverlies.

Na de menopauze zal de verhouding en de gehaltes aan vrouwelijke hormonen sterk veranderen. Dit kan resulteren in een verslechtering van de haarconditie en verhoging van haarverlies.

In de vrouwelijke hormoonhuishouding hebben twee soorten vrouwelijke hormonen, oestradiol en progesteron invloed op de haarconditie.

Het oestradiol wordt geproduceerd door de rijpende follikel in de eierstokken, het bevordert het herstel van het baarmoederslijmvlies en remt de productie van het mannelijk hormoon. Bekend is, dat oestrogenen de groeifase van het hoofdhaar verlengen.

Progesteron wordt geproduceerd door het corpus luteum (= “gele lichaam”) in de eierstokken en maakt het baarmoederslijmvlies geschikt voor de innesteling van het eitje. Na de eisprong en de vorming van het gele lichaam ziet men een stijging van het progesteron. In de puberteit zal de menstruatiecyclus op gang komen.
Gedurende de menstruatiecyclus zal het gehalte aan vrouwelijke hormonen zoals oestrogenen en prostagenen veranderen.
Na de menstruatie tot de ovulatie ( eisprong), stijgt het niveau van oestradiol. Vier dagen voor de menstruatie is er een hoge concentratie van oestrogeen in het lichaam; vlak voor en tijdens de menstruatie daalt het niveau sterk. De conditie van de huid kan hierdoor veranderen.

Niet bij iedereen is dit het geval en bij de één kan het sterker aanwezig zijn dan bij de ander. Onderzoekingen laten zien, dat vlak voor de menstruatie, bij 70% van de vrouwen huid en haren vetter zijn en bij 16% juist droger, ondanks het feit dat bij metingen is gebleken, dat juist de talgklierproductie niet verandert. Er is dus geen verklaring voor de verandering van de conditie van huid en haren tijdens de menstruele cyclus.

De huid wordt meestal vetter, doordat de talgklierproductie onder invloed van deze hormonen verhoogd wordt. Men krijgt bijvoorbeeld een paar dagen voor de menstruatie of juist erna meer last van puistjes. Men kan zich voorstellen, dat de verhoogde talgklierproductie ook invloed kan hebben op de haar conditie. Het haar wordt vetter en kan futloos en slap uit zien. Wanneer gedurende deze periode een permanent of verfkleuring plaatsvindt, kan deze minder goed pakken, omdat het haar vetter is. Soms klagen vrouwen dat gedurende deze periode ook het haar meer uitvalt. Ook dit kan samenhangen met het feit dat het haar vetter is dan normaal.
Het haar waait niet zoals normaal eenvoudig weg, maar plakt eerder overal aan, waardoor het eerder opvalt. Het aantal haren dat men verliest is echter niet verhoogd. Vet haar wordt veroorzaakt door een hoge productie van talg (vet) door de talgklier, die uitmondt in het haarzakje. De talg verspreidt zich als een film langs de haarschacht. De uitscheiding van talg wordt gestimuleerd door mannelijk hormoon, maar de veranderingen van huid en haar tijdens de menstruele cyclus zijn ook sterk afhankelijk van erfelijke factoren.

Tijdens de zwangerschap zal het gehalte aan oestrogenen verhoogd zijn. De conditie van de huid kan hierdoor veranderen. Niet bij iedereen is dit het geval en bij de één kan het sterker aanwezig zijn dan bij de ander. De huid wordt gaver en ziet er meestal beter uit. Door deze hormonale veranderingen zal ook de levensduur van het haar verlengd worden en hierdoor zal de haaruitval verminderen. Dit zal vooral te merken zijn aan de haren op de hoofdhuid, aangezien dit de haren zijn die het snelst groeien. Aan het einde van de zwangerschap hebben vrouwen een mooie volle haardos. Maar na de bevalling zullen deze hormonale veranderingen zich weer normaliseren, waardoor men de haren die men gedurende de zwangerschap heeft behouden ten gevolge van de hormonale veranderingen, verliest.
Men heeft dan meer last van haaruitval dan gebruikelijk. Dit kan drie maanden tot wel één jaar na de bevalling aanhouden. Wanneer men borstvoeding geeft, zal de haaruitval ten gevolge van de hormonale veranderingen geleidelijker plaatsvinden, omdat het vrouwelijk hormoon oestradiol nog in hoge mate in het lichaam aanwezig is. De haren van de baby worden niet beïnvloed door de hormonale veranderingen bij de moeder.

Voor de menopauze is het gehalte aan oestradiol vrij hoog. Na de laatste menstruatie, de menopauze, zal het gehalte van oestradiol dalen. Hierdoor verandert ook de verhouding tussen mannelijke en vrouwelijke hormonen. Vrouwen na de menopauze kunnen dan meer last hebben van haarverlies, waardoor de haardos langzaam maar zeker steeds dunner wordt. Ook zal de haarconditie verminderen. Doordat de haarconditie verminderd is, dient men voorzichtig te zijn met verven en permanenten. Deze vorm van haarverlies wordt ook wel het mannelijke patroon van haarverlies of alopecia androgenetica genoemd. Alopecia Androgenetica bij de vrouw. Of iemand last heeft van deze verschijnselen is per persoon verschillend en niet afhankelijk van haartype, ras of haardracht. Wanneer men echter lang haar heeft, zal haaruitval eerder opvallen.

Wanneer men het idee heeft dat de menstruele cyclus invloed heeft op het “pakken” van een permanent of verfkleuring, kan men proberen deze behandelingen plaats te laten vinden twee weken na de menstruatie. Alle therapieën, voedingssupplementen en (genees)middelen ten spijt, haaruitval na de zwangerschap is niet te beïnvloeden.

Alopecia Diffusa
Wanneer men na de menopauze naast haaruitval ook andere lichamelijke klachten heeft die verband houden met de menopauze zoals opvliegers, etc., kan men bijvoorbeeld hormoonpleisters gebruiken. Hierdoor krijgt men echter niet de haardos terug, maar kan men het proces een beetje remmen. Alopecia Androgenetica bij de vrouw.

Mannelijke hormonen

Iedereen, zowel mannen als vrouwen hebben het mannelijk hormoon “Testosteron” in het lichaam.
Dit mannelijk hormoon “Testosteron” wordt in het lichaam weer omgezet in “Dihydrotestosteron”. Maar niet iedereen is even gevoelig voor “Testosteron” en “Dihydrotestosteron”. De gevoeligheid van deze mannelijke hormonen hangt van verschillende factoren af, waaronder geslacht, leeftijd, ras en genetische eigenschappen. Dit verklaart de diversiteit in de progressie en uiting van haarverlies (bovenzijde hoofdhuid) of haar toename (baardstreek) Alopecia Androgenetica bij de man.

De mate van de gevoeligheid voor het mannelijke hormoon is persoonsafhankelijk. Dit hormoon zorgt ervoor, dat op bepaalde plaatsen, zoals de bovenzijde van de hoofdhuid, de levensduur van het haar verkort wordt, waardoor het haar sneller uitvalt en waardoor kaalheid ontstaat. Men spreekt dan van alopecia androgenetica, ook wel het mannelijke patroon van haaruitval genoemd.

Op andere plaatsen zoals de baardstreek, borststreek en ledematen zorgen dezelfde mannelijke hormonen juist voor een verlenging van de levensduur, waardoor de lichaamsbeharing toeneemt. Wanneer dit bij vrouwen gebeurt, spreekt men van hirsutisme.

Verandering van de mannelijke hormoonhuishouding is een natuurlijk proces, zowel bij vrouwen als bij mannen. Echter, wanneer de haaruitval binnen een korte tijd sterk toeneemt, kan er een hormonale afwijking ten grondslag liggen. Dit kan worden uitgesloten door middel van een bloedonderzoek. 

Schildklierhormonen

De schildklier is een orgaan welke zich bevindt aan beide zijden van het strottehoofd. Deze klier scheidt een hormoon uit, te weten het schildklierhormoon. Het schildklierhormoon zorgt voor veel processen in het lichaam, waaronder de energiehuishouding.

Stoornissen in de schildklierfunctie treden regelmatig op. Men spreekt dan van een te snel of een te langzaam werkende schildklier. Zowel een te snel als een te langzaam werkende schildklier kan haaruitval veroorzaken. Haaruitval ten gevolge van een te langzaam werkende schildklier uit zich niet alleen bovenop de hoofdhuid, maar heel typerend ook aan de buitenkanten van de wenkbrauwen. Haaruitval ten gevolge van een te snel werkende schildklier uit zich naast haaruitval op de hoofdhuid, ook typerend aan de binnenkanten van de wenkbrauwen. Dit komt doordat de energiehuishouding van het haarwortelzakje verstoord wordt. Naast haaruitval zijn er uiteraard andere klachten welke kunnen wijzen op een schildklierfunctiestoornis, zoals nachtzweten, vermoeidheid, hartkloppingen of een gejaagd gevoel. Wanneer er sprake is van een schildklierfunctiestoornis kan dit zich uiten in een alopecia diffusa. Zelfs een goed gereguleerde schildklierfunctiestoornis kan haaruitval veroorzaken.

Wanneer er naast haaruitval sprake is van andere klachten, kan men door middel van een bloedonderzoek schildklierfunctiestoornissen opsporen

Medicatie en roken

Medicijngebruik kan de haarconditie beïnvloeden. Er zijn medicijnen welke haaruitval kunnen veroorzaken, maar er zijn ook medicijnen die een overmatige haargroei kunnen veroorzaken. Ook is bekend dat narcosemiddelen haaruitval kunnen veroorzaken. De meest bekende medicijnen die haaruitval veroorzaken, zijn wel de medicijnen die gebruikt worden tegen kanker (chemokuur).

Haarcellen zijn één van de snelst delende cellen van het lichaam. Het is daarom niet verwonderlijk, dat medicijnen/behandelingen zoals chemotherapie en bestraling, welke ten doel hebben snel delende cellen (de kankercellen) te doden, haaruitval kunnen veroorzaken en invloed hebben op de conditie van het haar. Ook van antibiotica, sommige anti-epileptica en malariatabletten is bekend, dat deze invloed hebben op de conditie van het haar en haaruitval kunnen veroorzaken. Het starten, veranderen of stoppen van orale anticonceptie (de pil), kan tevens haaruitval veroorzaken. Er zijn echter ook pillen (Diane-35) welke juist sommige vormen van haaruitval tegengaan. Haaruitval ten gevolge van medicijngebruik uit zich in een een tijdelijke vorm van alopecia diffusa. Wanneer de haaruitval direct na medicijngebruik plaatsvindt, zoals bij chemotherapie, worden de groeiende (=anagene) haren gedood. Daarom wordt dit ook wel anageen effluvium genoemd. Wanneer de haaruitval maanden na medicijngebruik plaatsvindt, vallen de afgestorven (=telogene) haren uit en wordt dit telogeen effluvium genoemd.

Van sommige middelen tegen ontstekingen/afstotingsreacties zoals Cyclosporine A en Prednison is bekend dat deze juist haaruitval kunnen tegengaan. Het mechanisme is nog niet geheel bekend, maar men denkt dat door deze middelen het versterf van het haar wordt tegen gegaan. Overmatige haargroei ten gevolge van medicijngebruik wordt iatrogene hypertrichose genoemd.

Nog niet geheel duidelijk is of roken invloed heeft op haaruitval. Wel is duidelijk gebleken, dat bij haartransplantatie het aantal haren dat na transplantatie “aanslaat”, minder is bij rokers dan bij niet rokers.

Wanneer bekend is welk medicijn verantwoordelijk is voor het verslechteren van de haarconditie of haaruitval, kan men in overleg met de behandelend arts de medicatie veranderen of stoppen. Echter, men moet er rekening mee houden dat het effect van deze verandering pas plaatsvindt enkele maanden na de verandering en dat de haaruitval nog een aantal maanden na het veranderen van medicatie kan plaatsvinden. Een geruststellende gedachte is dat de beharing weer herstelt en de haarconditie de oude wordt, maar dit kan soms maanden tot jaren duren. Voedingsupplementen hebben geen nut voor deze vormen van tijdelijke haaruitval.
Tijdelijke haaruitval kan zeer vervelende gevolgen hebben. Wanneer men weet dat men een behandeling zoals een chemokuur moet ondergaan, welke haaruitval kan veroorzaken, kan men een tijdelijke oplossing zoeken, zoals een haarwerk.

Wanneer de beharing terugkomt, dient men de eerste periode voorzichtig om te gaan met de nieuwe beharing. Het haar is immers nog kwetsbaar.
Wanneer blijvende kaalheid is ontstaan, door bijvoorbeeld een bestraling, kan haartransplantatie een uitkomst bieden.