Het haar, uiterst sterk materiaal

 

De fysiologie van menselijk haar is fascinerend en uitgebreid. De volwassen hoofdhuid is een oppervlak van circa 600 cm2 waarop tussen 100.000 en 150.000 hoofdharen groeien. De hoofdhuid heeft dezelfde structuur als gewone huid en diverse functies: fysische barrière, immunologische bescherming en thermische isolatie. De belangrijkste functie van het haar is het hoofd beschermen.

 

 

Fysiologie van haar

a hair bulb

 

In de bovenste laag van deze flexibele hoofdbekleding bevinden zich haarbulbussen met haar. Een haar bestaat uit een vrij gedeelte, de schacht en een wortel. De schacht is zichtbaar vanaf het oppervlak van de hoofdhuid, de wortel is ingeplant in de haarfollikel. Die follikel (of: haarzakje) is het eigenlijke haarfabriekje.

 

Samenstelling van haar

De haarfollikels produceren samen een miljoen nieuwe keratine-producerende cellen (keratinocyten) per dag. Uit deze sterke, vezelige proteïne wordt haar opgebouwd. Onderaan de follikel bevindt zich de bulbus met aan de basis daarvan de huidpapil. Kleine haarvaatjes voeren daar de voedingsstoffen en zuurstof aan die nodig zijn om het haar te laten groeien. Bovenaan de bulbus bevindt zich de talgklier. Die produceert de talg (huidsmeer) die het haar soepel houdt.

 

Fysiologie

 

Fysiologie van haar

´haarfabriekje´

Haartypen

Laguno-haar: Lang, dun, zijdeachtig haar zonder pigment, dat gewoonlijk in de baarmoeder wordt afgestoten, maar soms nog op de huid van de pasgeborene aanwezig is

 

Terminaalhaar: dik, stug haar, van verschillende lengte, meestal gepigmenteerd

 

Vellus-haar: dun, kort haar zonder pigment

 

Fysiologie van haar Hair Science Institute

 

 

Naast bovenstaande indeling bestaan er drie verschillende soorten terminaalhaar:

 

Hormoon-onafhankelijk

Terminaalhaar dat onafhankelijk van het mannelijk hormoon testosteron groeit, bijvoorbeeld haar op de achterzijde van de hoofdhuid, wenkbrauwen, wimpers, neusharen en oorharen.

 

Testosteron-bepaald

Daarnaast is er terminaalhaar dat afhankelijk van het mannelijk hormoon testosteron groeit en in mindere mate van het hormoon dihydrotestosteron. Voorbeelden hiervan zijn: okselhaar en schaamhaar.

 

Dihydrotestosteron-bepaald

Tot slot is er terminaalhaar dat afhankelijk van het mannelijk hormoon dihydrotestosteron groeit en in mindere mate van het mannelijk hormoon testosteron. Voorbeelden: baardstreek, haar op de ledematen, borstharen en haren op de rug.

 

 

dihydrotestosteron

dihydrotestosteron

 

 

Haardichtheid

De normale haardichtheid bedraagt ± 1000 haren per vierkante centimeter bij baby’s en ± 250 haren per vierkante centimeter bij vijftigjarigen. Het totale aantal haren op de hoofdhuid varieert tussen 90.000 en 150.000 haren. Dit verschilt per haarkleur.

 

Fysiologie van haar Hair Science Institute hair-count-by-colour

hair-count-by-colour

Fysiologie

Samenstelling van haar:

 eiwitten (±85%) 

water (±12%)

 vetten (±3%) 

spoorelementen (±1%) zoals zink, lood, koper en selenium

 

Het watergehalte van haar kan verdubbelen, wanneer het haar in water wordt gelegd. Verder is het watergehalte afhankelijk van de luchtvochtigheidsgraad, vet en haarstructuur.

 

 

Haarcyclus en levensduur

Een haarcyclus bestaat uit drie fasen:

 

Fysiologie van haar Hair Science Institute

haargroeifasen

 

anagene of groeiende fase

Deze fase kan variëren van een maand (wenkbrauwen) tot wel 12 jaar (hoofdhuid), afhankelijk van de locatie. Het verschil in levensduur verklaart het verschil in lengte op de verschillende gebieden op het lichaam.

 

katagene of overgangsfase

Het haar groeit niet meer in deze fase en begint af te sterven.

 

telogene of rustfase

Deze fase duurt ongeveer 3 tot 6 maanden. Dat deze fase zo lang duurt, verklaart dat haaruitval pas 3 tot 6 maanden na een gebeurtenis kan plaatsvinden.

Haarstructuur

De opbouw van het haar bestaat uit verschillende lagen, zoals te zien op deze afbeelding (1) 

 

Transverse cross-section of a hair follicle

Afbeelding 1: dwarsdoorsnede van een haar

 

Medulla: Merg (zowel in het inwendige als uitwendige haar aanwezig)

 

Cortex: Vezellaag (zowel in het inwendige als uitwendige haar aanwezig)

 

Cuticula: Schubbenlaag (zowel in het inwendige als uitwendige haar aanwezig)

 

Inner root sheath: Binnenste haarwortelschede (alleen in het inwendige haar aanwezig, deel van haarfollikel)

 

Outer root sheath: Buitenste haarwortelschede (alleen in het inwendige haar aanwezig, deel van haarfollikel)

 

 

In afbeelding 2 worden twee belangrijke gebieden in de haarfollikel getoond:

 

Bulge-area: Deel van de buitenste haarwortelschede ter hoogte van de talgklier. (alleen in het inwendige haar aanwezig, deel van haarfollikel)

 

Dermal papilla: Haarpapil, met de twee haarvaatjes (Alleen aan de onderzijde van het inwendige haar aanwezig, deel van haarfollikel). Het onderste deel van een haar wordt ook wel haarbol of haarknop genoemd.

 

Afbeelding 2: longitudinale dwarsdoorsnede van een haarzakje

 

Haarspiertje en talgkliertje

Verder zijn er zogenaamde haar-adnexen (=aanhangsels), zoals het haarspiertje en talgkliertje. Het haarspiertje zorgt ervoor dat onder bepaalde omstandigheden, zoals bij kou, het haar recht overeind blijft staan. Het gevolg is kippenvel. Het talgkliertje is verantwoordelijk voor de vetgehalte van het haar en de huid.

 

Groeisnelheid van haar

Afhankelijk van de locatie groeit haar gemiddeld 0,1 mm/dag (lichaamsbeharing) tot wel 1mm/dag (baardstreek). Tussen mensen kunnen echter grote verschillen bestaan. Dit wordt veroorzaakt door de persoonlijke fysiologie van het haar, de genetische eigenschappen per individu.

 

Haarkleur

De kleur van het haar wordt bepaald door de pigmentproducerende cellen.

 

Drie soorten pigment

Eumelanine = blond/lichtbruin/donkerbruin

Phaeomelanine = rood/kopergoud /kastanjebruin

Trichosiderine = IJzerhoudende pigmentstof en is rood

 

 

 

Haarkleur varieert

De samenstelling en productie van de verschillende soorten pigment is afhankelijk van de genetische eigenschappen, waardoor de kleur van het haar kan variëren van wit/hoogblond tot gitzwart. Gedurende het leven van de mens kan de productie en samenstelling van het pigment variëren. Hierdoor is het mogelijk dat iemand hoogblond haar heeft tijdens de kinderjaren, op latere leeftijd donkerbruin haar krijgt, om vervolgens grijs en later wit haar te krijgen.

 

Haarvorm

De huid tussen het haarwortelzakje en het huidoppervlak bepaalt de vorm van het haar: steil, golvend of krullend. Als in dit stukje de haarwortelkanalen gebogen zijn, dan zorgt dit voor golvend of krullend haar.

Tijdens de kinderjaren en puberteit kan de flexibiliteit en stugheid van de hoofdhuid verschillen ten opzichte van andere levensperioden. Daarom kunnen mensen in hun kinderjaren golvend haar hebben en als ze volwassen zijn steil haar.

 

 

Haarelasticiteit * trekkracht

De haarelasticiteit is waarschijnlijk de belangrijkste mechanische eigenschap van het haar. Doordat het haar elastisch is, kan het haar in zijn oorspronkelijke vorm, volume en lengte terugkeren, nadat krachten zoals trekkrachten, buigkrachten, compressiekrachten en torsiekrachten op het haar zijn losgelaten.

 

Trekkrachten: krachten die de lengte van het haar vergroten.

Buigkrachten: krachten die het haar buigen.

Compressiekrachten: krachten die het haar ineen drukken.

Torsiekrachten: krachten die het haar draaien.

 

 

Trekkracht

Uiteraard is de kracht die uitgeoefend kan worden op haar beperkt. Normaal, droog haar kan ongeveer 30% uit elkaar worden getrokken en dan weer volledig in de oorspronkelijke lengte terugkeren. Bij trekkracht tussen ±30% en 70% zal het haar niet breken, maar ook niet meer in de oorspronkelijke lengte terugkeren (en dus langer blijven). Haar dat meer dan 80% uit elkaar wordt getrokken zal breken.

 

 

Elasticiteit

De elasticiteit van het haar hangt af van de vochtigheid van het haar. Hoe vochtiger, des te elastischer het haar. Ook de haarddikte kan de elasticiteit van het haar beïnvloeden. Hoe dunner het haar, des te elastischer het haar. Haarbehandelingen zoals verven, blonderen en permanenten kunnen de elasticiteit van het haar tot wel 25% verminderen. Ook zonlicht kan de elasticiteit van het haar negatief beïnvloeden.

Haarglans

Het talggehalte van de buitenste laag van het haar bepaalt of je haar glanst of niet. Beschadiging (bijvoorbeeld door permanenten) tast de cuticula of schubbenlaag aan, waardoor het haar zijn glans kan verliezen.

 

Lees verder:

Hormonen en haarconditie

Cosmetica en haaruitval

Externe factoren bij haaruitval

Alopecia